New Paddock Corvette Club New Paddock Corvette Club
New Paddock Corvette Club   Home   New Paddock Corvette Club  Club  New Paddock Corvette Club  Corvette Racing  New Paddock Corvette Club  Kalender  New Paddock Corvette Club  Te Koop  New Paddock Corvette Club  Fun  New Paddock Corvette Club  Corvette Info  New Paddock Corvette Club  Links  New Paddock Corvette Club  Sponsors  New Paddock Corvette Club
    CORVETTE INFO

Vette VIPS

       

Vette Modellen

Vette Story's

New Paddock Corvette Club


Terug naar Vips

New Paddock Corvette Club


Louis Chevrolet

Louis-Joseph Chevrolet werd op kerstdag 1878 in het Zwitserse stadje La Chaux-de-Fonds als tweede zoon van de horlogemaker Joseph Chevrolet geboren. De Chevrolets hadden het moeilijk omdat ze van katholieken huize waren en in het kanton Bern alle katholieke priesters in 1874 uit het land waren gezet. Dat verklaart misschien waarom het gezin met zes kinderen in 1887 naar het Franse Beaune in de Bourgogne verhuisde. Volgens andere bronnen maakte de Zwitserse horloge-industrie een crisis door omdat de Amerikaanse concurrentie met haar serieproductie te sterk werd en de export naar de VS stilviel.

In elk geval waren voor vader Chevrolet ook in Beaune de werkomstandigheden niet rooskleurig. De Franse wijngaarden waren zwaar getroffen door een ziekte zodat de klanten Chevrolet van armoe met groenten, spek, konijnen of gevogelte betaalden. Na hun elfde zijn de kinderen Chevrolet niet meer in schooldocumenten terug te vinden: van dan af moesten ze aan het werk.

Louis zou eerst bij een zadelmaker in de leer zijn gegaan, dan bij een huisschilder. Volgens sommige bronnen was hij een tijdlang gids van een blinde wijnhandelaar en vond hij in die opleidingsjaren zelfs een nieuwe wijnpomp uit. Vast staat dat hij uiteindelijk bij de fietsenmaker Louis Roblin terechtkwam en dat hij zich aansloot bij de fietsclub 'Vélo populaire beaunois'.

Talloos zijn de krantenartikelen waaruit blijkt dat Louis een uitstekende wielrenner was. Verslaggevers bestempelen hem als "onze dappere kampioen" en "maître de la pédale". In mei 1897 won hij drie wedstrijden in één dag. Ook zijn zussen Fanny en Berthe (toen 15 en 13) namen aan wedstrijden deel. Louis zelf vertelde kort voor zijn dood nog dat hij in de auto geïnteresseerd raakte door een chauffeur die na een overnachting in Beaune zijn gemotoriseerde driewieler niet op dreef kreeg. Zo'n machine moest in gang worden geduwd en voor Louis was het een makkie geweest. Onder applaus van zijn vrienden sloeg de motor aan en de dankbare bestuurder legde hem vervolgens uit hoe het tuig werkte.

In 1900 vertrok Louis naar Québec, misschien omdat hij het Engels niet machtig was en in Québec Frans werd gesproken. Volgens een wijd verbreid verhaal was een rijke Amerikaan ooit met zijn auto in Beaune gestrand, had Louis hem na een nachtje hard werken weer op weg geholpen en zou de Amerikaan hem hebben uitgenodigd. Maar dat is door Louis zelf nooit bevestigd.

New Paddock Corvette Club

Hoe dan ook arriveerde hij in april 1901 in Brooklyn, New York, en wel bij een vestiging van de Franse autoconstructeur De Dion-Bouton. Met toestemming van hun vader staken ook Fanny en Berthe de Atlantische oceaan over. Als naaisters vonden ze in New York meteen werk. In maart 1902 overleed vader Chevrolet, 49 jaar oud. Dat jaar ook sloot De Dion-Bouton zijn deuren en Louis werd voorman in een heel reeks autofabriekjes totdat hij als afsteltechnicus bij Fiat belandde. Hij kreeg nu snellere auto's met krachtiger motoren onder handen.

Snel bleek dat de knappe mecanicien ook fantastisch kon rijden. Om de logge racewagens van die tijd te besturen, moest je om te beginnen heel gespierd zijn, en alleen wie in de auto zat mocht in geval van een panne reparaties uitvoeren. Louis, 27 jaar oud, kon het allemaal.

Fiat liet hem op 20 mei 1905 op de paardenrenbaan van Morris Park in New York zijn eerste grote wedstrijd rijden. En hij won. Twee maanden later trouwde hij met de 17-jarige Française Suzanne Treyvoux van wie de moeder in New York een bont-winkel had. Kort na elkaar versloeg hij de bekendste autoracers (onder meer de roemruchte Barney Oldfield) en de Amerikaanse pers huldigde hem als "de Fransman met de Gallische snor" en "de Franse waaghals".

In 1906 brak hij in Florida met een krachtige Darracq met 189,30 km per uur het record op de mijl, een waanzinnige tijd voor die dagen. Zijn tijd zou drie jaar standhouden.

Chevrolet trok met zijn prestaties de aandacht van William 'Billy' Crapo Durant, een kleinzoon van de gouverneur van Michigan, die in september 1908 General Motors had opgericht. Hij had in razend tempo 25 autofabrieken en toeleveringsbedrijven opgekocht, onder meer Buick, Oldsmobile en Cadillac, en zocht iemand om zijn renstal te leiden.

Volgens de legende liet hij Louis en diens broer Arthur op een circuit nabij zijn thuisbasis Flint (Michigan) een paar rondjes racen. Hij was bekoord door de onstuimigheid van Louis en de voorzichtigheid van Arthur. Louis werd chef van de Buick-renstal en Arthur mocht privé-chauffeur spelen. In maart 1909 tekenden ze hun contract. Vanaf 19 juni 1909 won Louis de ene wedstrijd na de andere en Arthur reed vaak als copiloot mee. Dat jaar nog eindigde Louis als tweede in het Amerikaans puntenklassement. Hij vestigde de aandacht op de Buick - het kroonjuweel van GM - net zoals Durant dit had verhoopt. Van dan af betrok Durant hem ook bij de ontwikkeling van de nieuwe en revolutionaire Bug, een Buick-racewagen.

In september 1910 raakte General Motors in financiële problemen. De bankiers verloren hun vertrouwen in Durant en ze namen de leiding van de holding over. Voor de vorm mocht Durant nog vice-president spelen, maar in oktober al klopte hij bij Louis aan met de vraag of hij voor zijn nieuwe bedrijf auto-ontwerper wilde worden. Hij had een lichte Franse auto in gedachten, een 'Durant-Chevrolet', om daarmee General Motors te beconcurreren. Louis zei ja en Durant installeerde hem in een kleine garage aan de 3939 Grand River Avenue in Detroit.

Op 3 november 1911 richtte Durant de Chevrolet Motor Company of Michigan op. Louis gaf zijn bijzondere achternaam cadeau en kreeg in ruil daarvoor de titel ingenieur-adviseur en honderd aandelen die samen 10.000 dollar waard waren. Arthur was nauwelijks goed voor twintig aandelen. Louis had op dat ogenblik al vier prototypes van zijn zes-liter-Chevrolet klaar: de 'Classic Six', een schitterende auto met een hele reeks nieuwigheden.

Louis nam zelf deel aan de verkoopscampagne. Hij zette dan een potlood rechtop op de motor en vroeg een reporter toe te zien terwijl hij het toerental tot 2.000 per minuut opvoerde. Het potlood bewoog totaal niet. Zo kwam het dat in 1912 3.000 Classic Sixes een koper vonden. Maar de auto was te duur. Hij kostte 2.150 dollar en daar had je bijna drie Fords T van 850 dollar voor. En 850 dollar stond gelijk met de jaarwedde van een leraar. Durant wist maar al te best dat je alleen met goedkopere auto's, met de verkoop van grote aantallen, fortuin kon maken.

Chevrolet dacht er niet aan, hij wou zijn achternaam alleen aan grote, krachtige auto's verbinden. Ook zonder deze tegenstelling lagen de twee mannen elkaar niet. Durant was een afgeborsteld heerschap van het type style is all en Louis liep er vaak wat slordig bij, altijd een goedkope sigaret in de mond. I hate the man, I love his name, zei Durant en wachtte af.

In de zomer van 1913 trok Louis met zijn vrouw, zijn twee zonen, zijn moeder, zijn broer Gaston en zijn zuster Marthe met vakantie naar Frankrijk. Durant maakte meteen van de gelegenheid gebruik om de Chevroletfabriek te fuseren met een ander bedrijfje van 'm waar hij kleinere auto's liet construeren.

Toen Chevrolet in december 1913 uit Frankrijk terugkeerde was hij woest. Hij verbeet enkele dagen zijn woede, maar toen Durant nog maar eens een opmerking maakte over het uitgedoofd stompje sigaret in zijn mond, sloegen zijn stoppen door. "Als uithangbord van het bedrijf kun je hooguit sigaren roken," had Durant gezegd, "je zult nooit rijk worden als je niet eerst een heer wordt." Het memorabele antwoord van Chevrolet luidde: "Ik heb je mijn auto verkocht, ik heb je mijn naam verkocht, maar ik ben niet van plan ook nog mezelf te verkopen. Ik rook zoveel sigaretten als ik wil. Ik ben hier weg."

Voor een prikje stond Louis terstond ook zijn aandelen aan Durant af. Een stommiteit van formaat. De breuk tussen de twee mannen zou Louis Chevrolet een fortuin kosten. Nadat later tientallen miljoenen Chevy's waren verkocht zou Louis' weduwe Suzanne zeggen: "Stel je voor dat we voor elke auto een dollar hadden gekregen, of een halve dollar, of al was het slechts vijf cent."

Achteraf bekeken hebben Durant en Chevrolet geen vier jaar (van maart 1909 tot december 1913) samengewerkt. Onder zijn eigen naam is Louis hooguit anderhalf jaar actief geweest.

Chevrolet zocht en vond nieuwe geldschieters voor wie hij zijn buitengewone Frontenac-racewagens bouwde. De eerste zege met een Frontenac behaalde hij zelf op 2 december 1916 in Pennsylvania. De 500 mijl van Indianapolis - overigens ook de thuisbasis van de Frontenacfabriek - was de enige grote wedstrijd die Louis nog nooit had gewonnen. In 1919 hadden hij en z'n jongere broer Gaston allebei motorpech. In de race van 1920 ging Gaston - voor het oog van 150.000 toeschouwers - als eerste over de meet, Louis was pas achttiende. Maar hij had wel de twee auto's gebouwd. In 1920 verongelukte Gaston op de houten piste van Beverly Hills. Voor Louis was dit een harde klap, Gaston was zijn lievelingsbroer, én zijn petekind.

Het ongeluk betekende ook het einde van Louis' racecarrière. Nooit zou hij zelf nog achter het stuur van een racewagen kruipen. In 1921 mocht hij wel nog meemaken hoe Tommy Milton met een compleet nieuwe Frontenac-motor Indianapolis won. Een beurscrisis maakte in de winter van 1920-1921 aan het Frontenac-avontuur een einde. Datzelfde jaar trok maarschalk Foch, de Franse held van de Eerste Wereldoorlog, door de Verenigde Staten en Chevrolet werd als chauffeur-tolk uitgekozen om Foch te begeleiden in een... Chevrolet type 490. Want ook Durant had niet stilgezeten.

In 1914 had hij de Royal Mail en de Baby Grand uitgebracht, twee Chevy's die duidelijk nog Chevrolets signatuur droegen. In 1915 kwam de Chevrolet 490 (hij kostte slechts 490 dollar) op de markt om Ford rechtstreeks te beconcurreren. Datzelfde jaar kocht hij stiekem aandelen van General Motors op en pleegde hij een putsch: in 1915 zat Durant weer als baas op de directie-etage van GM. Later bracht hij zijn Chevroletfabriek in General Motors in - sindsdien hoort het merk Chevrolet in de GM-holding thuis. Door de economische crisis van 1920-1921 vloog Durant opnieuw aan de deur, maar ook zijn opvolgers zouden het magische Chevroletmerk koesteren.

In 1927 oversteeg de Chevroletproductie die van Ford.

Nadat hij de Frontenac achter zich had gelaten, was Louis nog jaren in de weer met een voor races opgedreven Ford. Hij werkte hier en daar - rusteloos als altijd - en richtte tussendoor samen met zijn broer Arthur een fabriek voor vliegtuigmotoren op. In 1927 kregen ze ruzie over wie er eigenlijk bij de bouw van de nieuwe motoren de grootste verdienste had. Louis ging eerst nog met een andere firma in zee maar de crash op Wall Street van 1929 maakt aan alles een eind. "Ik heb geen geluk gehad," zou hij later zeggen.

Vanaf 1932 volgden de rampen elkaar snel op. In 1932 brandde het huis van zijn zus Fanny af, waar Louis al zijn plannen en ontwerpen in bewaring had gelegd. Hij was toen 54 jaar oud en hij bezat niets meer. In 1933, in het diepst van de Amerikaanse Depressie, zag hij zich gedwongen als eenvoudige mecanicien nog tien maanden bij GM te werken. In 1934 stierf onverwachts zijn oudste zoon Charles, 28 jaar oud. Charles had altijd willen racen, maar zijn vader had het hem verboden. Daar had Louis nu hartsgrondig spijt van. Kort na dit overlijden kreeg hij een eerste hersenbloeding. De krachtige racer, de man die altijd het motto Never give up had gehuldigd, gaf het op.

Hij stopte alle werkzaamheden, verslond stapels Franse romans (de Maupassant, Pierre Loti - zijn kleindochter bewaart ze tot de dag van vandaag) en speelde bridge. Zijn weduwe Suzanne bevestigde later dat hij zijn hele leven horloges en klokken eigenhandig had hersteld: het vak dat hij als jongetje van zijn vader had geleerd. Vijf keer kreeg hij een beroerte.

In de lente van 1941 voerden dokters in Detroit aan een van zijn benen een operatie uit; Chevrolet kreeg koudvuur en het been moest worden geamputeerd. Die ingreep kwam hij niet meer te boven. Hij overleed op 6 juni 1941, 62 jaar oud. Door de oorlogsperikelen kreeg zijn overlijden in de pers weinig aandacht. Hij werd op het Holy-Cross-kerkhof van Indianapolis begraven, naast zijn zoon Charles en naast zijn broer Gaston; vlakbij de fameuze Motor Speedway waar hij vooral als constructeur zijn grootste successen had geboekt.

Op dit circuit, aan de ingang van het museum, onthulden bewonderaars in 1975 een indrukwekkend memoriaal dat bestaat uit een wijde cirkel met centraal een sokkel waarop een buste van Louis als racer: met coureurspet op, zijn bril op het voorhoofd. Vooraan op de sokkel het Chevrolet-motto : Never give up. In de cirkel zijn vier bronzen tafels aangebracht waarop in bas-reliëf taferelen uit het autoleven van Louis afgebeeld staan: Louis aan het stuur van zijn Classic Six, Tommy Milton aan het stuur van de winnende Frontenac van 1921, Gaston in triomf in 1920 en Henry Ford zittend in een opgedreven Fronty-Ford met op de achtergrond Louis. De 400.000 bezoekers die de 500 mijl van Indianapolis elk jaar bijwonen, hebben er geen idee van dat de autorenner die hier gehuldigd wordt, dezelfde man is die als ontwerper en constructeur de eerste van hun geliefde Chevy's op zijn naam schreef.


New Paddock Corvette Club


Terug naar Vips


Webdesign :  www.deltatechnics.com