New Paddock Corvette Club New Paddock Corvette Club
New Paddock Corvette Club   Home   New Paddock Corvette Club  Club  New Paddock Corvette Club  Corvette Racing  New Paddock Corvette Club  Kalender  New Paddock Corvette Club  Te Koop  New Paddock Corvette Club  Fun  New Paddock Corvette Club  Corvette Info  New Paddock Corvette Club  Links  New Paddock Corvette Club  Sponsors  New Paddock Corvette Club
    CORVETTE INFO

Vette VIPS

       

Vette Modellen

Vette Story's

New Paddock Corvette Club


Terug naar Vips

New Paddock Corvette Club


Dick Thompson

Een sleutelfiguur in de uitbouw van het Corvette imago is verbazend genoeg een tandarts, nl. Dr. Dick Thompson. Hij racete Corvettes en is waarschijnlijk de bekendste Corvette piloot uit de geschiedenis van het merk. Vandaag werkt Dr. Thompson nog 4 dagen per week als tandarts en spendeert hij zijn vrije tijd als paardenfokker. Paarden vormen een nieuwe uitdaging voor deze man.

Dr. Thompson begint de racerij in 1951 met een MG-TD waarmee hij regelmatig won. Vervolgens schakelde hij over op een Porsche Cabriolet 1954 waarmee hij de nationale titel in de FP klasse in de wacht sleepte.

In 1954 bracht Bob Rosenthal zijn Corvette naar Andrews Fields racetrack waar Dick de wagen voor hem testte. Hij zette tijden neer gelijk aan die van de Jaguars ondanks de 6 cilinder en automaat handicap. In 1955 stapte Dick in de C-produktie klasse met een Jaguar XK140MC en werd verdienstelijk derde.

Een tweede jaar met de Jag was voorzien maar John Fitch zorgde voor verandering. Zora Arkus Duntov had 3 1956-er Corvettes geprepareerd voor de races te Daytona Beach en Fitch werd geselecteerd om de aanval van de Corvettes te leiden te Sebring, met succes overigens. Er werd besloten om verder te gaan. Bij GM circuleerden enkele namen om in 1956 in de SCCA races deel te nemen met een fabrieksauto. Fitch kreeg de mogelijkheid maar moest afhaken. Hij duidde vervolgens Thompson aan als zijn vervanger. Thompson hapte toe omdat het serieus zou worden aangepakt en men een gooi wou doen naar het kampioenschap. Dick vond de auto goed, snel en hanteerbaar.

Het seizoen van 1956 startte in Pebble Beach. De Corvette werd niet beschouwd als een sportauto en werd uitgelachen. Toch verbaasde de Corvette de tegenstand in hun 300 SL.s en Jaguars. Doch carburatorproblemen, die 's nachts werden opgelost, startte de auto op de 9de plaats. In de eerste ronde lag de Corvette echter al aan de kop en behield deze plaats totdat de remmen het begaven. Deze werden vervangen en men werd verdienstelijk 2de.

Vervolgens kwam de Seattle Seafair race waar Thompson, Paul O.Shea in zijn Mercedes versloeg. Naargelang het seizoen vorderde schakelde andere rijders over op Corvettes zodat in september er al 9 in de strijd waren verwikkeld. De 1957 Corvette kreeg veel verbeteringen toegemeten o.a. een 4-traps manueel, injectie, betere ophanging, positraction, geventileerde remmen,... De auto zou dan ook beter remmen en optrekken van 0-96 mph in 5.7 seconden met een top van 132 mph. Volgens Dick was de 1957 Corvette de beste racer tot dan.

Met zijn 300 pk en zijn laag gewicht van 2.800 pond had hij de beste 0-60 en 0-100 tijden ooit. Hij was gewoon de snelste tot de komst van de big block.

Het 1957 seizoen startte in Sebring waar Thompson als eerste eindigde in de GT klasse. Met 2x eerste, 2x tweede en al de andere keren bij de top te eindigen, verkreeg Thompson wederom de nationale titel. Hoe snel de Corvettes ook waren, men maakte steeds gebaar van vals spel. In Cumberland werd Dick's auto volledig gecheckte en legaal bevonden. Het aantal Corvettes steeg ondertussen gestaag maar niemand was sneller dan Thompson zelfs Caroll Shelby niet die met de Maserati van John Edgar reed. Shelby reed bijna met alles in die tijd, weet Thompson.

Hij hield van racen en deed niets anders. In het begin hadden we een klein goed team, merkt Dick op. Zora Arkus Duntov was een meester in de negatiatie tussen GM en de racers. Hij liet niet in zijn kaarten kijken en besliste veel zelf daar dit noodzakelijk was voor succes. Een tweede lid van het team was Barney Clark van Chevy's reclame bureau. Barney was een grote hulp. Hij kende de Chevrolet hiŽrarchie en kreeg alles voor elkaar. Het derde lid van het team, gaat Thompson verder, was Frank Burrell de mecanicien.

In 1957 won Thompson zijn derde nationale titel en de tweede voor Chevrolet. In 1958 zat hij achter het stuur van een Austin Healey 100-6 omdat GM uit de racerij stapte. Wederom won Thompson de SCCA titel en in 1959 reed hij een Lister Jaguar voor het Briggs-Cunningham team. In 1960 ging hij naar Le Mans met het Cunningham team maar nu met een Corvette. Het team bestond uit drie Corvettes waarvan er twee uitvielen. Fitch bracht het tot een verdienstelijk 8ste plaats wat uitzonderlijk is voor een productie wagen.

Voor 1960 had Bill Mitchell, Chevy's ontwikkelingsbaas, een lievelingsproject dat hij wou uitbouwen nl. de Sting Ray stijloefening. Hij was trots op het ontwerp en wou het aan iedereen tonen. Hij had het chassis van de 1957 Corvette SS genomen en daarop het koetswerk gemonteerd, weet Thompson. Volgens Thompson was het de mooiste racer die hij ooit zag. Bill betaalde alles zelf en zou de auto inzetten in de race met Larry Shinoda als mecanicien. Ze kwamen uit in de zware C-modeified klasse die het jaar voordien gewonnen was door het Cunningham team in de Lister Jaguar. Thompson en zijn Sting Ray wonnen voor de Ferrari en de Jaguar.

Ook in 1961 bleef Thompson met de Sting Ray rijden. Gedurende dit seizoen kreeg hij een telefoontje van Grady Davis van het Gulf Oil Team om voor hem te komen rijden in de fabrieks Corvette. Thompson stapte onmiddellijk over en won alweer de nationale titel voor de Corvette.

In 1962 kregen alle Corvettes een grotere cilinderinhoud, nl. 327 cu ipv 283 cu. De 327.er met een injectie waren zo snel dat de SCCA een aparte klasse voor hen creŽerde nl. De A-produktie klasse. Voor het inzetten van de 327 hadden Zora Arkus Duntov en Thompson de motoren grondig getest, zelfs tot ze het begaven. Tegen de tijd dat ze ingezet moesten worden waren de motoren dan ook uiterst betrouwbaar. Thompson reed in de A-produktie klasse en won weer de nationale titel, de vijfde voor de Corvette en de zevende voor hem.

In 1963 werd de Sting Ray in productie genomen wat een zegen was voor Bill Mitchell. Doordat de Vette de nationale titel had (tot 1962) had hij ondertussen de naam van een echte sportwagen gekregen. Dan kwam voor Thompson het hoogtepunt van zijn Corvette jaren nl. de Grand Sport. Het was de snelste auto waarmee ik ooit reed, sneller dan de Lister Jaguars en de Maserati 151..

Thompson racete de Grand Sport te Sebring voor het Penske Team. Hij woog slecht 1.900 pond en had een enorm potentieel. Spijtig genoeg kon het nooit ten gelde worden gemaakt want dit was waarschijnlijk een van de snelste wagens ter wereld. (Doordat GM zich officieel terugtrok uit de racerij in 1963 kon de Grand Sport niet meer worden ingezet).

Thompson bleef racen voor het Cunningham team in 1963 en reed later met Cobra's te Le Mans en Mustangs in de Trans Am series, Mark II.s voor Ford en Mirages (GT40) voor het Grady Davis/Gulf Oil team in Europa. Zijn laatste race kwam in 1967 te Le Mans in een Hornet Turbine auto gebouwd door Ray Heppenstall. Ik verliet de racewereld omdat ik het al 15 jaar deed en ander zaken wou doen, zegt Thompson die al 47 was. Kort daarachter kreeg hij als eerste van het land de Honda Elsimore en deed enkele jaren mee aan motorcross. Hij stopte hiermee toen hij 50 was en omdat hij na een val niet meer zo snel recupereerde. Vervolgens deed hij mee aan zeilen.

Nog steeds charteren wij 1 keer per jaar een boot in de Britse maagdeneilanden. Thompson rijdt niet meer met een Corvette maar blijft op de hoogte van het merk. De ZR-1 lijkt op wat wij zouden gebruiken in races, meldt Thompson.

Een nieuwe Corvette is als een Ferrari, veel power.

Mist Thompson de racewereld? Jazeker, zegt Thompson, de uitdaging en spanning zijn moeilijk te evenaren. Ik probeerde hetzelfde te vinden in golfen, maar het is toch niet hetzelfde.

Bron: Corvette Quarterly.


Terug naar Vips


Webdesign :  www.deltatechnics.com